De eerste weken zijn in een waas voorbij gegaan. Ik zweef ergens op een roze wolk met hersens die totaal niet meer functioneren. Ik sta helemaal in baby-stand. Komt door de hormonen en misschien een beetje slaapgebrek. Want om de 3 á 4 uur voeden, betekent dat je ook ’s nachts paraat moet staan. En aangezien ik borstvoeding geef, komt het volledig op mijn schouders terecht. Nou ja, niet helemaal eigenlijk.
Want na een paar nachten was ‘de nachtroutine’ al ontstaan bij M. en mij, wat zijn wij een gouden duo!  Zodra onze dochter zich ’s nachts laat horen, haalt M. haar uit haar wiegje en zorgt voor een schone luier. En dan brengt hij dochterlief naar mij zodat ik kan voeden. Na het voeden even rechtop houden tot er een boertje volgt, dan leg ik haar terug in het wiegje, muziekdoos aan (vooral voor mezelf eigenlijk, wat een heerlijk liedje) en dan slaapt iedereen in ons gezinnetje hopelijk weer verder. Voor M. geen probleem trouwens, die ligt alweer te snurken zodra zijn hoofd het kussen raakt. Voor mij gaat het inslapen ook steeds beter. De eerste nachten lag ik als een waakhond te luisteren naar elke zuchtje, kreuntje en huiltje. Om vervolgens elke 5 minuten het licht aan te doen en boven de wieg te hangen of alles nog wel ok was. Inmiddels ben ik wat meer gewend aan het kabaal dat dochterlief produceert, ik vind het eigenlijk wel geruststellend.