Waar het afscheid van de speen een success story was, bleek het zindelijk worden wat minder gemakkelijk. Na twee dochters die binnen een week helemaal droog waren, begon ik vorig jaar in de kerstvakantie vol goede moed met de ‘zindelijkheidstraining’ van Kaat. Ze leek in de periode daarvoor wel wat interesse te krijgen in het hele gebeuren en ook op het kinderdagverblijf deed ze weleens mee met de wc ronde.

Dag 1 ging prima, kat in ’t bakkie dachten we. Niets was minder waar, helaas. Na die eerste dag had Kaat regelmatig een ongelukje, maar het ging redelijk goed. Zo komen we er wel, dacht ik. Ze plakte stickers wanneer het lukte en stelde dan steevast de vraag: ben je trots op me? Ik antwoordde uiteraard: super trots! Na een paar weken leek het nieuwtje er een beetje af. Er waren dagen bij dat ze wel zes natte broeken op één dag had. Ook op de vraag ‘wat doe je daar achter de bank?’ Antwoordde Kaat met een ondeugend lachje ‘Oh, ik ben even aan het plassen.’ Je snapt het, daar werd ik wel een beetje moedeloos van. Ook op het kinderdagverblijf maakte ze er een ‘potje’ van. Dagelijks namen we een tas vol schone kleren mee naar de opvang en kregen we een volle tas natte kleren terug. Ik dacht vaak, dan maar gewoon weer een luier aan, maar toch… er zaten ook goede dagen tussen!

Samen met de juffen op het KDV, oma en natuurlijk mijn man, spraken we af dat we zo min mogelijk aandacht zouden schenken aan de ‘ongelukjes’ en dat we Kaat alleen zouden helpen bij het verschonen van haar kleding, wanneer dit echt nodig was. Daarnaast bleven we haar natuurlijk enthousiast bejubelen wanneer het wel lukte. Ergens in het voorjaar leek deze aanpak een beetje te gaan werken. Kaat gaf vaker zelf aan dat ze naar de wc moest en was dan ook op tijd bij de wc.

Tot op de dag dat ze dacht als peuter ook wel wat eisen te mogen stellen thuis. En haar zin op een andere manier ging afdwingen. Zo kwam het regelmatig voor dat Kaat heel netjes vroeg: Mama mag ik op de iPad? En was dan het antwoord nee. Dan zei ze met een glimlach; oeps nu ben ik te laat. En had ze toch in haar broek geplast. Wat een draakje!

Maar gelukkig was daar de zomervakantie. En van de één op de andere dag was het over. Het gaat nog wel eens mis, maar na het wassen van zo’n 100.000 onderbroekjes (voor mijn gevoel dan), ben ik nu SUPER trots op haar!