Leuk nieuws, we hebben een dochter! Met 40 weken en 11 dagen word ik uiteindelijk ingeleid in het ziekenhuis. En nog diezelfde middag ligt onze dochter in mijn armen. Ze heeft even op zich laten wachten maar wat is ze het waard. Een keurig geboortegewicht en alles erop en eraan. Wat zijn we trots en blij en wat is ze lief!

Na één nachtje in het ziekenhuis bivakkeren mogen we de volgende dag naar huis. Alleen. Met de auto. M. heeft nog nooit zo voorzichtig gereden. En ik zit op de achterbank met een wakend oog over ons kleine meisje dat heerlijk in haar Maxi-Cosi ligt te slapen. Zich totaal niet bewust van haar zenuwachtige papa en mama. Want nu zijn we ‘losgelaten’ door het ziekenhuis en moeten we het zelf gaan doen. Nou ja, niet helemaal zelf. Want zodra we thuis de oprit oprijden staat oma al met de camera in de aanslag om onze aankomst te filmen. En even later arriveert de kraamverzorgster. Na onze kennismaking stuurt ze me direct naar bed. Aan argumenten als “maar ik ben niet moe” en “ik kan op de bank ook wat uitrusten” heeft ze geen boodschap. Hmm, kordate dame dus. Braaf ga ik dan toch maar op bed liggen met onze dochter naast me in de wieg. Om vervolgens 3 uur later uit een soort coma wakker te worden omdat onze kleine dame zich meldt voor een voeding. OK, misschien was ik dan toch wel een beetje moe. Na het voeden strompel ik de trap af (ik weet niet of ik zo raar loop door mijn bevalling of door het dikke kraamverband..) om vervolgens mijn woonkamer zowat niet meer te herkennen. Uiteraard hangen er nu roze slingers op, maar wat ziet alles er ook netjes en opgeruimd uit. Niet dat ons huis nu zo’n vuilnisbelt was, maar de laatste dagen van mijn zwangerschap had ik echt genoeg aan mezelf en was poetsen wel het laatste waar ik zin in had. Maar ons huis is nu helemaal ‘kraamvisite proof’. M. en ik moeten er ’s avonds nog steeds om lachen. En onze kraamverzorgster hebben we stiekem al omgedoopt tot ‘de witte tornado’.